Home » ouders

Tag: ouders

Hoe maak je toetsen zó dat je voldoendes krijgt?

Veel mailtjes van ouders beginnen met dezelfde strekking: ‘mijn zoon/dochter is slim, creatief, heeft veel fantasie, is gauw afgeleid en hij/zij wil het eigenlijk graag goed doen op school, maar hoe te beginnen met plannen, leren, opdrachten maken…’
En verderop staat ‘als hij/zij dan een tijd heeft zitten leren, en we hebben het overhoord, het lijkt goed in zijn/haar hoofd te zitten – en dan komt er tóch weer een onvoldoende terug. Zo sneu… wat gaat er mis? Kun je helpen met leren leren?’

Voordelen van Leren Leren

Bij de studiedag van Beelddenkers Leren Leren kun je in één dag ongelooflijk veel boeiende inzichten opdoen, begrijpen hoe je brein werkt en op een nuttige manier leren huiswerk maken en opletten op school. Als je met deze nieuwe kennis je toetsen maakt, krijg je eindelijk ook de cijfers waaruit blijkt dat je echt geleerd hebt. Echt een opluchting, vooral als je al een tijdje het gevoel hebt van ‘hoe kan dat nou, ik leer wel, maar ik krijg onvoldoendes…’
Daar raak je je zelfvertrouwen van kwijt. En het voelt ook niet prettig als het begint te lijken dat leerkrachten niet (meer) geloven dat je echt je best hebt gedaan.

Ervaren in hakken-over-de-sloot

Het is een van de redenen dat ik deze studiedagen geef: omdat ik weet hoe het is als je het gevoel krijgt dat je dom bent. Zonder ooit huiswerk te maken kwam ik heel ver, maar ik wist eigenlijk zelden hoe dat nu kwam. Want van huiswerk maken, plannen en leren begreep ik niets. Ik stak wel enorm veel tijd in goodwill kweken op school, zodat ik met aan het einde van een leerjaar, met de hakken over de sloot, toch net nog een uitgestoken hand kon grijpen van een leerkracht die wel begreep dat ik ‘het heus in me had, maar het kwam er alleen niet uit…’
Fijn natuurlijk dat het steeds nét goed ging… maar op de universiteit liep ik vast en begon een dwaaltocht langs studierichtingen, hbo, wo, zelfstandig leren, trainingen…

Had ik maar…

Had ik maar… leren leren. Veel ouders zeggen het nu ook, wanneer ze aan het einde van de studiedag de spoedcursus krijgen over wat er die dag is doorgenomen en geleerd. ‘Had ik dit vroeger maar geweten.’
Maar goed, nu kan het dus wel voor jouw kind nog op tijd komen. En je bent nooit te oud om te leren, dus ook voor volwassenen zijn er trainingen (in company, als workshop bij studiedagen op school of bij verenigingen, bedrijven, de Rotary…)

De toets gaat niet over wat jij weet over het onderwerp…

Met de Leren Leren Methode leer je onder andere bondig, praktisch en overzichtelijk samenvatten. Het voordeel daarvan is dat je precies de steekwoorden leert, en de zinnetjes en termen, die gevraagd zullen worden. Helaas is dat namelijk vaak wat school verwacht: dat je op toetsen laat zien dat je de antwoorden kunt geven die in het boek staan. Het gaat er niet om dat je laat weten wat jij allemaal weet over het onderwerp, wat jouw mening en ideeën zijn over wat er gebeurde of hoe iets werkt, en hoe jij dat zou verbeteren… allemaal mooi, maar niet waar doorgaans naar gevraagd gaat worden.
Zoals Tijl Koenderink, expert drop-out-begeleiding, het ooit zei: ‘Ik ben gewoon beter in andere antwoorden bedenken.’

Leren wat er staat

Voor beelddenkers (kinderen en jongeren met een voorkeur voor denken in beelden) is de manier van samenvatten van de Leren Leren Methode heel nuttig. Je leert juist dát wat er gevraagd gaat worden. En zelf nadenken… met die heerlijk enthousiaste creatieve breinen die aan de haal gaan met concepten, uitvindingen, al die typische kwaliteiten van De droomdenker… die houden we graag ook levend. Je hoeft het niet allemaal af te leren om mee te kunnen komen op school! Zet deze talenten in om beter te leren leren, met de studiedag Beelddenkers Leren Leren bij het Droomdenkers Talentcentrum.

Kijk en luister

Kijk hier een filmpje met uitleg over de Leren Leren Methode
Hier vind je een video over concentratieproblemen en leren leren
En hier nog een over mijn werkwijze
Ben je toe aan de middelbare school of ben je al een paar jaar bezig?
Kom meedoen aan een studiedag (in kleine gropejes) of boek een 1 op 1 training.
Je bent hartelijk welkom, ook met je vragen: kantoor@suzannebuis.nl
(c) Suzanne Buis
TIP: Niet van mij, wel een mooi document met nuttige tips om open vragen te beantwoorden: stappenplan open toetsvragen

‘Dan ben je over 8 dagen een olifant.’

Over reflexen en geheime informatie die zichtbaar wordt

‘Alles met rekenen doe ik niet.’
‘Ik doe niet aan taal.’
‘Ik vind taal superleuk en ik schrijf gedichten en ik kan alle tafels tot 19 en ik hou niet van gamen maar wel heel erg van knutselen. Gaan we straks tekenen?’

Vandaag zijn er vier kinderen uit de regio in het Droomdenkers Talentcentrum. Eentje is voor het eerst en heeft veel vragen.
Ik: ‘Ga lekker zitten. Ik heb toffe nieuwe dingen geleerd deze week, daar gaan we meteen mee aan de slag. We beginnen met een voetmassage. Trek je schoenen en sokken maar uit. Kijk, je begint bij deze pees, dat is een soort spier. Hij loopt van hier naar hier en daarmee kun je je teen bewegen. Doe mij maar na…’
‘M’n voet vastpakken? Nee hoor.’
‘Ik ben de enige met slippers aan.’
‘Ik was op school mijn gymschoenen vergeten.’
‘Mijn voet masseren, oké, maar niet beginnen over van die vieze dingen zoals de binnenkant en wat je zei van die spieren.’

Zwemvliesjes

Ik: ‘En wat vind je van de velletjes tussen je tenen? Masseer ze eens zachtjes. Daar zaten ooit zwemvliesjes.’
‘Maar als mensen eerst zwemvliezen tussen onze tenen hadden, waren we dan eerst vissen?’
Ik: ‘Vissen hebben geen tenen.’
‘Maar konden mensen dan ook heel goed zwemmen?’
‘Nou heus niet door zo’n centimeter zwemvlies. Als je niet kan zwemmen dan zink je alsnog.’

Over 8 dagen een olifant

‘Mijn meester gelooft in God en in waternimfen. Maar ik denk dat we eerst bacteriën waren. En toen vissen enzo.’
‘Als dat waar is, ben je dus over 8 dagen een olifant. En over 80 jaar is iedereen 12 meter.’
‘Dat denk ik niet hoor, over 800 miljoen jaar pas.’
‘Maar zijn we dan nog mensen?’
‘Ja natuurlijk!’
‘Waarom? Wie zegt dat wij het eindstation zijn?’
‘Wat ben jij dan van plan te worden?’
‘Zoiets plan je niet.’

Prachtig ‘aan’

Ik hou van zulke gesprekken. De snelheid van de reacties op elkaar is voor kinderen vaak al een opluchting. Je ziet de ‘snelle geesten’ opveren en er ontstaat ontspanning in het lichaam. Patronen worden doorbroken (en er schieten reflexen aan die eigenlijk al ‘uit’ horen te zijn – daarover later meer. Dit levert veel informatie op als je weet waar je op moet letten.)
In deze groep wordt niet steeds gewacht, hier wordt niet steeds om stil zitten en stil zijn gevraagd. Sommige kinderen genieten wel stil, die kijken en luisteren en slurpen de energie op van de kinderen die lekker zitten te sparren met elkaar.

Momentje

Op voorstel van een van de deelnemers hebben we een experiment gedaan met een vraag stellen en dan 10 of 15 of zelfs 30 seconden over een antwoord moeten/mogen nadenken. Nou, dat viel nog niet mee voor iedereen. Sommige kinderen bedachten één antwoord en werden ongeduldig, terwijl anderen meer antwoorden bedachten… wat protest opleverde: ‘Maar je had niet gezegd dat je méér antwoorden moest bedenken!’
‘Nee, maar ze heeft ook niet gezegd dat het maar één antwoord mocht zijn.’
Ook weer leuk om te ontdekken. Allemaal leerzaam.

Waarom de massage?

En waarom deden we de massage? Omdat grappig genoeg de massage al een heel stuk ontspanning oplevert op het denken. Door bezig te zijn met iets fysieks, een handeling, het contact maken met het lichaam, met de grond (we gingen ook de voetzool in de grond drukken, bijvoorbeeld), ontstaat aarding en bewustwording.
En de een wordt daar heel rustig en stil van, een ander krijgt eerst een stoot energie erbij en uit dat met babbelen 🙂
All good.

Reflexen

Er zit ook nog een hele laag onder, waar ik de afgelopen weken weer veel over geleerd heb, dit keer bij Carla van Wensen. Werken met primaire reflexen levert veel informatie op over hoe het met een kind (jongere, volwassene) gaat.
Nou, de voetmassage leverde inderdaad veel informatie op over de deelnemers aan de droomdenkersgroep (10-12 jaar)😅
Over reflexen een volgende keer meer. Ik vind het superinteressant en merk ook wanneer ik er met collega’s over praat, dat er nog niet heel veel mensen over weten. Lees bijvoorbeeld eens wat ik eerder schreef over reflexen in dit artikel
en lees Hooggevoelig? Of een niet-geïntegreerde Moro-reflex? door Carla van Wensen.
Heb je vragen of feedback? Mail me gerust!
(c) Suzanne Buis, Droomdenkers Talentcentrum

‘Je moet kinderlijker tegen hem praten’

Hoe herken je ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid bij jonge kinderen?

Veel ouders van hoogbegaafde kinderen beseffen lange tijd niet dat er iets aan de hand is. Thuis ben je afgestemd op je kind, je was waarschijnlijk zelf als kind ook vlot, het zit in de familie… Vergeleken met anderen praat je misschien op heel volwassen wijze met je kind, want zo doet hij ook. Het verschil in lengte maakt voor deze kinderen niet dat ze ook minder waard zijn: ze voelen zich volwaardige mensen en worden ook graag zo behandeld. Dat kan strijd opleveren. Of jij als ouder vindt het prima en het is geen probleem, zolang jullie thuis zijn.
Vaak valt het pas op dat een kind ‘snel’ is of op een heel andere manier praat, wanneer hij of zij zich onderscheidend gedraagt bij de opvang of op school. Maar ook dat gebeurt niet altijd.
Helaas zijn veel hoogbegaafde kinderen heel goed in staat zich onopvallend te gedragen en zich aan te passen aan de verwachtingen en aan de andere kinderen in de groep. Dat krijg je als ouder vaak niet mee. allereerst zijn er weinig leerkrachten en medewerkers van de opvang getraind in het herkennen van signalen van ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Als een opvangmedewerker of leerkracht het niet opmerkt en benoemt, kan het lang onopgemerkt blijven.
Of er gaan belletjes rinkelen wanneer je als ouder te horen krijgt dat je ‘wat kinderlijker tegen hem moet praten’…

‘Nee, geen Harley Davidson: dat is een broembroem’

Anita, de moeder van Max, vertelt dat hij altijd goed heeft onderhandeld. ‘In groep 1 zei zijn juffrouw dat je kon merken dat hij enig kind is. Zijn woordenschat was te groot, hij gebruikte te moeilijke woorden, hij stelde dingen ter discussie. Haar advies aan mij: “Je zou kinderlijker tegen hem moeten praten.” Ik keek haar aan…
Waarschijnlijk was wel te zien dat ik me afvroeg of ze niet helemaal goed bij haar hoofd was. Max heeft nooit gebrabbeld, hij is heel goed met taal. Toen hij anderhalf was, fietste ik met hem door de weilanden en dan zei ik: ‘Kijk, een vogel!’ Dan kon hij reageren met: ‘Ja, kijk, een Mercedes huppeldepup type zus en nummer zoveel.’ Aan de uitlaat zag hij of de auto op benzine of diesel reed. Serieus, moest ik dan zeggen: “Nee, dat is een broembroem”?’

Te groot vertrouwen in school

Achteraf gezien vindt Anita het jammer dat ze toen een te groot vertrouwen heeft getoond in het onderwijssysteem. ‘Nu vind ik dat ik veel harder in discussie had moeten gaan. De in tuïtie van de moeder overstijgt alle scholen, besef ik steeds meer. Ik wilde geen asociale moeder zijn die verhaal gaat halen op school en agressief lijkt. Maar nu besef ik dat ik wel veel meer voor hem had willen opkomen. Hij kreeg extra werk, dat was afgesproken. Dus je denkt dat er aandacht is voor wat je zoon nodig heeft. Pas jaren later hoorde ik van Max zelf hoe erg hij het vond dat hij apart gezet werd. Hij deed niets meer klassikaal, dat kon volgens de docenten niet meer. Dat had nooit mogen gebeuren, dat is door de school gecreëerd. Ik hoorde het pas veel later, want de school meldde helemaal niets en Max was toen nog veel te klein om het te beseffen. Leerkrachten moeten daar veel meer op gewezen worden: je moet zulke kinderen niet in een uitzonderingspositie zetten, dat is voor ieder kind slecht.’

Hokjes

‘Ik vind dat kinderen niet in hokjes gestopt hoeven te worden, maar dat kan wel helpen om te zorgen dat bepaalde dingen serieus genomen worden. Als je dyslexie hebt, of dyscalculie, wordt er wat mee gedaan op scholen. Dan krijg je extra tijd of aangepaste lesstof. Hoogbegaafdheid is eigenlijk ook zo’n “aandoening”. Het is iets wat je hebt en waar je maar beter rekening mee kunt houden. Erkenning door de omgeving zou fijn zijn. Ondanks de aandacht die er tegenwoordig voor is, wordt er nog steeds vooral gedacht dat hoogbegaafden blij moeten zijn dat ze zo slim zijn en dat ze alles goed kunnen.’

Grote mond of terechte feedback

Op de fulltime hb-school werd er beter mee omgegaan dat Max soms kritisch reageerde op de uitspraken van leraren. ‘Kritiek kan hij prima onder woorden brengen en dat zal hij ook niet laten. Hij kan niet tegen het onrecht dat iemand niet wordt aangesproken op dingen die niet kloppen. En het komt niet bij hem op dat hij bepaalde dingen niet kan zeggen. Waarom is die leraar de baas? Als hij geen gelijk heeft, heeft hij toch geen gelijk? Een leraar kan dan wel een leraar zijn, maar als die iets beweert wat in zijn ogen niet klopt, vindt Max dat hij er melding van moet maken. Ook al is het soms in zijn eigen voordeel om zijn mond te houden.’

Herkenbaar?

Het is belangrijk om je als ouder in te lezen en voor te bereiden op een andere rol dan je wellicht in gedachten had. In plaats van alleen opvoeder zul je meer begeleider moeten worden. Deze kinderen hebben veel ruimte en regie over eigen leven nodig. Daarbij hebben ze jou als ouder nodig om vaardigheden te verwerven die bij die eigen-wijsheid passen.
Als je dit zelf lastig vindt en er is veel strijd in je gezin, overweeg dan een externe hoogbegaafdheidsdeskundige in te schakelen. Vaak zijn enkele gesprekken al heel verhelderend.
Let op: niet alle opvoeddeskundigen hebben begrip voor en verstand van hoogbegaafdheid. Heel veel ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met ontwikkelingsvoorsprong hebben veel spijt dat ze – tegen hun gevoel in – adviezen van bijvoorbeeld consultatiebureau of CJG zijn blijven volgen. Straffen en belonen, de methode van The Nanny, ‘stevig aanpakken’: het werkt alleen maar averechts. Durf kritisch te zijn, ook als je het zelf niet meer weet! 
Dit is een fragment uit een van de ervaringsverhalen van ouders, te vinden in het e-book bij de online cursus hoogbegaafdheid. In 10 video’s krijg je compact en snel informatie over de kenmerken van ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Praktische tips helpen je verder dan alle standaardopvoedmethodes, want daarvoor lopen deze kinderen veel te veel op hun eigen pad.
De grootste uitdaging is aan ouders om óók te durven afwijken van ‘de standaard’. Daarvoor vind je inspiratie en inzichten in de online cursus hoogbegaafdheid. Zo breng je de rust terug in je gezin met hoogbegaafdheid.

En die jongeren dan? Die op school niet uit de verf komen?

Deze creatieve, grappige, originele, verrassende jongeren met hun scherpe blik en kritische houding hebben het niet altijd makkelijk op school. Het is ook niet makkelijk om als ouder je kind te ‘coachen’ hoe hij of zij om kan gaan met andere volwassenen, zoals op school. Niet iedere volwassene staat er voor open om met een open hart en open geest te luisteren naar een kind of jongere. Toch is dit voor juist heel jonge kinderen ook heel erg belangrijk.
Wat heel erg helpt is om zo nu en dan tussen ‘soortgenoten’ te zitten. Zoek een hb-centrum in de buurt, bijvoorbeeld via www.ikbenhoogbegaafd.nl en vind een peers-group.
In het Droomdenkers Talentcentrum in Limmen komen ook jongeren vanuit het hele land, voor de Leren Leren trainingen en de droomdenkersgroepen. Even wél mogen zeggen wat je denkt en kunnen praten over je ervaringen thuis en op school, heeft langdurend en groot effect.
Check de agenda en meld je aan voor de nieuwsbrief.

Wil je zelf je verhaal kwijt? Behoefte aan een goed gesprek?

De schrijver van Mijn hoogbegaafde kind en ik, Mijn hoogbegaafde puber en De droomdenker is Suzanne Buis, tevens eigenaar van het Droomdenkers Talentcentrum en maker van de online cursus hoogbegaafdheid. Elke maand heeft ze een aantal coachingsessies met ouders. Heb je hier ook behoefte aan? Lees dan hier verder en boek tijd voor een goed gesprek over jouw gezin met hoogbegaafdheid.

Hoe help ik mijn kind bij het leren?

Hoe leert mijn kind leren? Welk boek raad je aan?
Suzanne Buis van Droomdenkers Talentcentrum: ‘Natuurlijk ben ik voorstander van informatie opdoen uit boeken – en niet alleen omdat ik ze schrijf. ‘Mijn hoogbegaafde puber’ belicht het thema leren en motiveren van vele kanten (pubers, ouders, deskundigen, talentontwikkelaars).’
Meer dan lezen
Dus ja, boeken kunnen helpen, maar een grote uitdaging is dan nog om de informatie toe te passen binnen je eigen gezin (waar het al niet lekker gaat, bijv door problemen met leren).
Inzicht
‘Heel belangrijk daarbij vind ik het inzicht krijgen in de dynamiek in het gezin. Heeft het kind inzicht in zijn/haar leervoorkeuren, zwakke punten en krachten? En hoe gaat het met de ouders? Vaak is er met ouders meer te bereiken voor het wel/niet kunnen leren door het kind.
Mijn advies is om kinderen en jongeren de kans te geven meer inzicht te krijgen in zichzelf. Hoe? vroegen ouders steeds bij mijn presentaties. Dat staat nu in mijn boeken én je kunt ervoor bij mij terecht in het Droomdenkers Talentcentrum. Daarom geef ik studiedagen leren leren, dat werkt bij mijn groepen supergoed.’
Goede voorbeeld
‘En help je kind door naar jezelf te durven kijken. In 1-2 coachingsessies met ouders lossen we vaak heel veel op. Gek genoeg zijn we als ouders vaak de lastigste ‘helper’ voor het kind of de jongere. Als je eenmaal beseft wat jou als ouder dwars zit, kun je patronen doorbreken.’
Combineer!
Dus: lees, studiedag voor je jongere en boek zelf (online of live) een afspraak om te kijken waar jóuw’leerprobleem’ zit. Goed voorbeeld doet goed volgen ?
Een sterke mix voor een ontspannen gezin ?
Boek: https://volliefs.nl/boeken/mijn-hoogbegaafde-puber/
Studiedagen: www.beelddenkerslerenleren.nl
Coaching ouders (live/online): https://volliefs.nl/boeken/online-coaching-suzanne-buis-2/
#leren #motiveren #coaching #volwassenen #jongeren #kinderen #opvoeden #begeleiden #huiswerk #thuisscholing

Hoe herken je een hoogbegaafde?

Doel van de Week van de hoogbegaafdheid: hoogbegaafdheid herkennen. Er wordt aandacht besteed aan hoogbegaafde kinderen, jongeren, volwassenen en senioren. Zo ongeveer 1 op de 50 mensen is hoogbegaafd, volgens de IQ-tests waarbij je boven de 130 moet scoren voor dit ‘label’ (rond 100 is gemiddeld). Maar hoogbegaafd zijn betekent veel meer dan een hoog IQ hebben. Veel hoogbegaafden scoren zelfs niet hoog op een IQ-test. Dus: hoe herken je een hoogbegaafde?

Wat is een hoogbegaafde?

‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Hij of zij schept plezier in creëren,’ luidt de definitie van hoogbegaafd zijn, te vinden op onder andere Wikipedia.

Misverstanden over hoogbegaafdheid

Auteur Suzanne Buis, zelf hoogbegaafd, hoort geregeld dat mensen geïrriteerd reageren op de term hoogbegaafdheid. Buis: ‘Alsof je als ouder denkt dat je kinderen beter zijn, als je – vaak zelfs voorzichtig – laat vallen dat je kind hoogbegaafd is. Veel scholen en leerkrachten hebben weinig kennis hierover in huis. Schrikbarend vaak is de ‘kennis’ gebaseerd op misverstanden. Ook zorgprofessionals denken vaak dat ze weten wat hoogbegaafdheid inhoudt. En zelfs bij veel gerenommeerde bedrijven zijn er vooroordelen over hoogbegaafden op de werkvloer.

Groot gemis voor de maatschappij

‘Het stomme is dat mensen vanwege die vooroordelen, of omdat ze denken dat ze het al wel weten, niet luisteren naar wat het echte probleem is,’ zegt Suzanne Buis. ‘Daar lopen heel veel hoogbegaafde kinderen en hun ouders tegenaan, studenten, volwassenen en senioren. Kinderen verliezen plezier in school, jongeren stromen af of worden zelfs drop-outs, studenten geen idee wat er nou mis gaat met die studie en stoppen mét studieschuld en zonder diploma. Veel hoogbegaafde werknemers krijgen een burn-out, bore-out of blijven hoppen van de ene naar de andere baan. Het is triest. Deze intelligente mensen kunnen erg goed verbanden leggen en het is daarmee voor de hele maatschappij een groot gemis, als deze originele denkers niet tot bloei komen.’

Beter informeren dan irriteren

‘Er zijn veel mensen bezig met onder de aandacht te brengen dat zeker op scholen, opleidingen, zorginstellingen en in bedrijven veel fout gaat in het werken met hoogbegaafden. Het is heel goed om te laten weten dat het niet goed gaat, alleen levert het ook vaak op dat mensen bij voorbaat al in de weerstand gaan. Dan komt je boodschap minder goed over. Ik kies mede daarom voor informeren, liever dan irriteren.’
Suzanne Buis publiceert boeken, maakt online trainingen en deelt in filmpjes op YouTube basisinformatie over hoogbegaafdheid en het begeleiden van hoogbegaafde kinderen.

Verbetering begint bij herkenning

Niet iedereen wordt getest op IQ. En niet iedere hoogbegaafde scoort hoog op een IQ-test. Waar herken je een hoogbegaafde dan aan? ‘Uit de vele interviews die ik gedaan heb met ouders en deskundigen, blijkt een rijtje opvallende eigenschappen. Kortgezegd kun je zeggen: dit zijn kenmerken van hoogbegaafdheid. Daarbij wil ik wel opmerken dat heel veel hoogbegaafden deze kenmerken alleen laten zien in een veilige omgeving. Ze zijn vaak rationeel genoeg om te beseffen dat ze zich beter kunnen aanpassen, wanneer ze van een leerkracht of een manager een paar keer de opmerking krijgen om ‘niet steeds dingen te vragen’, ‘geen stoorzender zijn’, ‘niet zo moeilijk doen’.
Deze kinderen en jongeren zijn vaak in de vakanties in toenemende mate zichzelf, merken veel ouders op. En dan herken je de hoogbegaafde onder andere aan:

Kenmerken van hoogbegaafdheid door Suzanne Buis in De droomdenker

Hoogbegaafde kinderen hebben de volgende kenmerken

  • Scoren bij de beste 2% bij een IQ-test;
  • Vroege ontwikkeling (bijv heel vroeg lopen of praten of heel mooi tekenen);
  • Blinken uit op meerdere gebieden;
  • Kunnen gemakkelijk leren (en bedenken vaak méér vragen);
  • Leggen gemakkelijk verbanden (‘dit komt door dat, en dat komt weer door…’);
  • Problemen worden gemakkelijk geanalyseerd;
    Maken grote denksprongen (en kunnen dat soms moeilijk uitleggen);
  • Hebben een voorkeur voor abstractie;
  • Zijn erg zelfstandig (zelf doen – en dan gefrustreerd raken als het niet meteen lukt);
  • Hebben een brede of juist specifieke interesse, hoge motivatie en veel energie;
  • Zijn creatief en origineel;
  • Zijn vaak perfectionistisch (over anderen en/of zichzelf);
  • Hebben een apart gevoel voor humor;
  • Kunnen zich op sommige dingen bijzonder goed concentreren.

Wat helpt een hoogbegaafde?

Dat is nogal wat. Vaak voelen hoogbegaafde kinderen vooral dat ze ‘anders’ zijn. Dat is niet altijd prettig. Wat helpt, is als de ouders, leerkrachten en andere belangrijke personen helpen met
AANDACHT
voor:

  • Het versterken van het zelfbeeld;
  • Helpen bij het leren van plannen, sturen, reflecteren vanuit jezelf;
  • Leren leren en leren denken;
  • De behoefte om het te hebben over de zin van het leven.

Talent ontwikkelen voor het hogere doel

Dit is voor ouders zelf vaak erg lastig, meldt Suzanne Buis. In haar Droomdenkers Talentcentrum in Limmen coacht en traint ze daarom iedereen die te maken heeft met hoogbegaafdheid. Buis: ‘En ja, dat zijn dus veel meer mensen dan je misschien dacht. Zeker in deze tijd waarin informatie op veel meer manieren te vinden is, ontwikkelt intelligentie zich meer zoals het kind zelf nodig heeft. Buiten school leren deze jongeren vaak meer dan op school en dat is ontzettend jammer. Ik hoop dat mijn collega’s die strijden voor beter passend onderwijs spoedig gehoor krijgen bij het ministerie. Een sterke drive van hoogbegaafden is een hoger doel te dienen. Ze willen nuttig bezig zijn, een bijdrage leveren, puzzelen op grote vraagstukken. De tijd is gekomen om juist die mensen de ruimte te bieden om zich te ontwikkelen. Dáár gaan de oplossingen vandaan komen voor grote vraagstukken.’

Meer over Suzanne Buis en haar boeken De droomdenker (ook verkrijgbaar als e-book en in het Duits en Engels), Mijn hoogbegaafde kind & ik, Mijn hoogbegaafde puber, inspiratieboek voor ouders van hoogbegaafde jongeren.

Bewust ouderschap, wat is dat?

Laten we de projecties van onze eigen pijn, angsten, overtuigingen en verlangens los dan zijn onze kinderen vrij om groot te groeien op hun eigen manier en eigen tempo. En dat is wat we onvoorwaardelijke liefde noemen. Liefde waar geen voorwaarden aan verbonden zijn!
Maar hoe bereik je deze staat van bewust ouderschap?

Een artikel door Anouk van der Schans van Raising Intensity. Zij vertelt op woensdagavond 18 maart in het Droomdenkers Talentcentrum over Bewust Opvoeden van je Intense Kind.

There is no single effort more radical in its potential for saving the world
than a transformation of the way we raise our children.
– Marianne Williamson

[Vertaling SB: “Er is geen enkele inspanning radicaler in de potentie om de wereld te redden,
dan een transformatie in de manier waarop we onze kinderen grootbrengen.”]
Onlangs was ik op een training waar ik vertelde dat ik ouders naar bewust ouderschap begeleid. Waarop mijn gesprekspartner zei dat hij een bewuste vader was, want hij had gekozen voor het ouderschap. Wat hij daarmee bedoelde was dat het hem niet was overkomen. Maar of dat je nu meteen een bewuste ouder maakt…

Wat is bewust ouderschap?

Wat is bewust ouderschap dan wel? Ik geloof dat kinderen hun ouders grootste leermeester zijn. Ik geloof namelijk dat als ouders bewust worden van wat hun kind in hen raakt ze zichzelf pas echt leren kennen en kunnen transformeren. Zodat ze gelukkig en vol liefde zijn en daardoor innerlijke vrede ervaren. Waardoor ze hun kind de ruimte en vrijheid kunnen geven volledig zichzelf en gelukkig te zijn.

Spiritueel ontwaken

Of zoals Eckhart Tolle zegt:
The challenges of parenting can become a great opportunity for spiritual awakening. Becoming a fully conscious parent is the greatest gift you can give to your child.
[Vertaling SB: “De uitdagingen van ouderschap kunnen een geweldige kans zijn voor spiritueel ontwaken. Een volledig bewuste ouder worden is het grootste cadeau dat je je kind kunt geven.”]
En zo zie ik dat helemaal. Laten we de projecties van onze eigen pijn, angsten, overtuigingen en verlangens los dan zijn onze kinderen vrij om groot te groeien op hun eigen manier en eigen tempo. En dat is wat we onvoorwaardelijke liefde noemen. Liefde waar geen voorwaarden aan verbonden zijn!

Word je gewaar

Maar hoe bereik je deze staat van bewust ouderschap? Het vraagt van jou als ouder de bereidheid om gewaar te zijn bij al je gevoelens en gedachten. En te beseffen dat dit niets met jouw kind te maken heeft maar alles met jou zelf. Nog een mooi citaat van Eckhart Tolle legt dit haarfijn uit: Relationships do not cause pain and unhappiness. They bring out the pain and unhappiness that is already in you.
[Vertaling SB: “Relaties veroorzaken geen pijn en ongelukkig zijn. Ze brengen jouw aanwezige pijn en jouw ongelukkig zijn naar buiten.”]
En zo is het ook met kinderen.

Luister jij?

Zo vinden we bijvoorbeeld dat onze kinderen naar ons moeten luisteren. Maar kinderen leren niet door te horen wat ze moeten doen, ze leren door na te doen. Als ouder heb je dus een voorbeeld functie. Hoe ga jij met je eigen emoties bijvoorbeeld om? Mogen alle emoties er gewoon zijn of worden ze onderdrukt of afgereageerd op iets of iemand anders?

Ook oké met buien

Wat een kind nodig heeft is het vertrouwen dat het oké is zoals het is. Met al z’n emotionele buien en in onze ogen wellicht rare gedragingen. Maar velen van ons praten tegen ons kind meer in termen van wat het allemaal niet mag doen in plaats van wat het wel mag. Kun je de energie verplaatsen van nee naar ja. Kun je de JA in het kind bekrachtigen, zodat het kind voelt dat het goed is zoals het is?
Om dit te kunnen moet je in staat zijn JA tegen jezelf te zeggen. Vind jij jezelf oké zoals je bent of heb je eigenlijk allemaal oordelen over jezelf? Dat is waar bewust ouderschap over gaat. Jezelf helen en transformeren zodat je kinderen vrij zijn hun eigen pad te bewandelen. Zodat ze vanuit hun eigen zijn de wereld een stukje mooier kunnen maken!
Meer informatie? Meld je aan voor de presentatie door Anouk van der Schans over Bewust Opvoeden van je Intense Kind!
(c) Anouk van der Schans

Hoe worden hoogbegaafde kinderen gelukkiger op school?

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak extra aandacht nodig, op school en thuis, om zich goed te kunnen ontwikkelen. Standaardadviezen van bijvoorbeeld het consultatiebureau lijken ‘achter’ te lopen. Op school werkt de gangbare aanpak vaak net niet goed genoeg – of het lijkt zelfs alsof de leerling zich liever buiten school ontwikkelt, dan in de klas. Wat is er aan de hand? Ouders overwegen het gesprek aan te gaan met school. Maar is het een goed idee om op school te zeggen dat je ontdekt hebt dat je kind hoogbegaafd is?

Wat doen andere ouders van hoogbegaafde kinderen?

De kans is groot dat je op deze site bent beland omdat je informatie zoekt over hoogbegaafdheid en het begeleiden van hoogbegaafde kinderen. Als ouder(s) hebben jullie een test laten afnemen waaruit een uitzonderlijk hoog IQ blijkt (de grens ligt bij 130 punten als gemiddelde van de diverse onderdelen). Of je hebt lijsten met kenmerken gelezen en kon vrijwel elk puntje afvinken. Hoe dan ook: je merkt dat het helpt om je in hoogbegaafdheid te verdiepen, vooral wat betreft het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en pubers (lees bijv Mijn hoogbegaafde kind & ik en Mijn hoogbegaafde puber).
Misschien heb je een training gevolgd voor het begeleiden van hoogbegaafde jongeren of je aangesloten bij een oudervereniging. Herkenning vinden in de verhalen van andere ouders is een belangrijk deel van het verwerkingsproces – en je merkt bij het lezen (of in gesprekken) dat veel twijfels dezelfde zijn.

Ongelukkige leerling

Een van de vragen die veel wordt gesteld door ouders van hoogbegaafde kinderen: is het nu wel of niet verstandig om op school te benoemen dat je kind hoogbegaafd is? Het komt erg vaak voor dat een hoogbegaafd kind zich niet altijd zo goed voelt op school. Hun andere manier van denken komt in veel gevallen niet tot z’n recht bij regulier onderwijs. Onvoldoende uitgedaagd worden, het gevoel niet herkend of gehoord te worden… het kan veroorzaken dat een hoogbegaafde kind opstandig of depressief wordt.
Zoals Lotte van Lith, van A Lot of Complexity vertelt in Mijn hoogbegaafde puber: ‘Nieuwsgierigheid en spel zijn voedend. Een stimulans, een bodem voor motivatie.’ Verliest een kind zijn of haar natuurlijke nieuwsgierigheid en voelt het niet meer het plezier van spel en onderzoeken, dan is de kans groot dat het mis gaat.
Dus: het niet erkennen van hoogbegaafdheid, is geen optie. Maar hoe pak je dit aan in gesprekken met school?

Hoogbegaafde kinderen hebben geen labels nodig

Een interessant artikel waarin deze vraag wordt behandeld, is van Psychologie Magazine. Psycholoog Lianne Hoogeveen van het centrum voor begaafdheidsonderzoek CBO Talent Development en de Radboud Universiteit zou het woord ‘hoogbegaafd’ het liefst helemaal niet meer gebruiken.
‘Het gaat niet om dat precieze aantal IQ-punten of de aanwezigheid van een lijstje kenmerken. Het gaat erom dat sommige kinderen duidelijk iets anders nodig hebben dan ze krijgen in het reguliere onderwijs. Als leerkrachten dat gaan herkennen, kunnen ze deze kinderen uitdagen op een manier die bij ze past: door ze op een snelle of meer complexe manier lesstof aan te bieden. (…) Kijk gewoon met een open blik naar het individuele kind. Daar zijn helemaal geen labels voor nodig.’
Het probleem met het etiket ‘hoogbegaafd’ is daarnaast dat het druk oplegt, vindt Hoogeveen: het geeft sommige kinderen het gevoel dat ze helemaal geen fouten meer mogen maken. ‘Een ander struikelpunt is dat het leerkrachten soms van hun verantwoordelijkheid ontslaat: “O, ze is hoogbegaafd, tsja, dan kan ik er ook niks aan doen.”’
Psychologie Magazine noemt 7 tips die helpen zorgen dat een hoogbegaafd kind zich goed voelt school.

Verder praten met andere ouders?

Ben je een gebruiker van Facebook, zoek dan eens op groepen en pagina’s met het thema ‘hoogbegaafd’. Een grote, actieve groep is Pharos hoogbegaafd. Daarin wordt ook deze vraag geregeld besproken.
Heb je interesse om ouders te ontmoeten in je eigen regio? Bekijk dan eens de informatie op de sites van Pharos Oudervereniging, Stichting IQ+, Choochemvereniging ter ondersteuning van hoogbegaafde christenen en de Mensa, de internationale vereniging van hoogbegaafden. Op Ikbenhoogbegaafd kun je andere hoogbegaafden vinden, en bedrijven en hulpverleners waar hoogbegaafdheid bekend is en wordt gewaardeerd.
In Noord-Holland (en geregeld ook in de rest van het land) zorgt Suzanne Buis voor bijeenkomsten. Bekijk de agenda en/of laat een berichtje achter onder dit blogjeof mail ons, zodat je de nieuwsbrief ontvangt.

Droomdenkende tiener wil context bij het leren

Droomdenkers en hoogbegaafde jongeren zijn op school nog niet in beeld. Beelddenken, hoogsensitiviteit en mogelijke hoogbegaafdheid beginnen een beetje meer bekendheid te krijgen op basisscholen. Bij een dromerig kind wordt niet meer automatisch gezegd dat hij/zij het niet kan volgen, ‘nog iets te jong is’ of niet oplet. Helaas lijken tieners meer commentaar te krijgen op dit dromerige gedrag. Suzanne Buis legt in Mijn hoogbegaafde puber vragen hierover voor aan jongeren, ouders en deskundigen. Een voorproefje:
In De droomdenker, het kinderboek van Suzanne Buis voor en over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en beelddenken, is de hoofdpersoon een jongetje dat veel zit te dromen. Zijn brein is zeer actief, hij denkt ver en breed, in tijd en ruimte, maar al zijn zintuigen zijn zo sterk ontwikkeld, dat hij ook in het hier en nu bijzonder intens leeft.
Door leerkrachten wordt zulk gedrag vaak als ‘afwezigheid’ bestempeld, of ze denken dat het kind ‘nog niet’ weet hoe zich te gedragen in de klas. Dezelfde kinderen krijgen op de middelbare school te horen dat ze niet betrokken zijn, ongeïnteresseerd, laks, dat ze een slechte werkhouding hebben.

Droomdenkers in hun tienerjaren

Renata Hamsikova begeleidt ouders, kinderen en leerkrachten bij het omgaan met hoogbegaafdheid. Suzanne Buis vroeg haar voor Mijn hoogbegaafde puber hoe je droomdenkers in hun tienerjaren kunt begeleiden. Renata: ‘Wanneer je kijkt naar de vijf gevoeligheden van Dabrowsky, dan heb je het hier over verbeeldingshooggevoeligheid. Dat is niet iets wat alleen hoort bij kleuters of dromerige jongetjes van acht. Dit blijft een heel leven aanwezig. Je kunt leren je te concentreren, maar niet op de standaardmanier. Je wordt continu afgeleid door heel complexe gedachten en intensiteit in het ervaren van prikkels en gevoelens, dat speelt altijdeen rol. Daar moet je geschikte handvatten voor krijgen. Veel standaardtips zijn niet van toepassing op uitzonderlijk begaafde kinderen. Als je zegt: “Zet een timer en ga tien minuten aan het werk”, dan heeft dat meestal gewoon geen zin bij deze kinderen.
Ze verliezen hun bereidheid tot medewerking als je aankomt met dooddoeners als: “Dit moet je gewoon doen, want dat heb je later nodig.” Of: “Je moet je nu eenmaal gaan aanpassen, want je gaat later ook werken met allemaal verschillende mensen.”

‘Verbeeldingsgevoelig blijf je je hele leven’

Dure aanpassingen

Degene die dat zegt, beseft waarschijnlijk niet dat zo’n jongere 50 tot 60 punten moet aanpassen, dat het een enorm gat is om te overbruggen. Veel hoogbegaafden kunnen dat ook nog, dat zou met een gemiddeld IQ niet lukken. Het probleem is dat ze zich kúnnen aanpassen, maar dat kan ze heel duur komen te staan. Doe je dit te lang en te vaak, dan bestaat het grote gevaar dat je uiteindelijk niet meer weet wie je zelf bent.’

Hoe je puber wél kan leren

‘Wat vaak helpt bij het coachen van hoogbegaafde tieners, is de leeftijd loslaten en bedenken welke tips je zou geven aan een volwassene, of aan een student. Kijk niet naar wat kinderen van deze leeftijd doorgaans nodig hebben, maar wat werkt voor déze tiener. Sommigen hebben baat bij een klein lijstje om orde aan te brengen. Anderen werken liever met muziek, in een bepaalde omgeving. Blijf goed kijken. Als ze hier nog nooit over hebben nagedacht, ga je dat samen ontdekken, een aantal dingen proberen.
Samen kun je onderzoeken hoe je de tiener aan het werk kunt krijgen, zodat hij zijn aandacht behoudt en doorwerkt.
Stapje voor stapje werkt niet, maar top-down ook niet altijd, waarbij gezegd wordt dat het kind aan de slag gaat als hij weet waaróm hij iets moet leren. Maar dat is te simpel.

Droomdenkers en hoogbegaafde jongeren hebben complexiteit nodig om te leren. Idealiter zou je achterstevoren moeten werken.

Dat kan ook op het voortgezet onderwijs. Als het kind de tafels niet beheerst, laat dat dan gerust zitten tot hij het zelf nodig vindt. Ga verder met wiskunde of algebra, dan gaat het kind zien dat hij de vaardigheid nodig heeft en leert hij het in een oogwenk.Zo werkt het ook bij talen. Mondeling ontdek je dat ze het best beheersen, alleen het inzicht van woordjes stampen en losse woordjes opschrijven ontbreekt. Dit is namelijk contra hoe hoogbegaafden leren. Ze willen context. In dictees, met zinnen, gaat het meestal al beter. Na twee jaar les in Frans spreken sommigen ineens vloeiend Frans. Dan kun je met terugwerkende kracht dingen uitleggen die eerder niet aankwamen. Dit werkt echt. Maar er ontstaat natuurlijk frustratie bij ouders wanneer scholen doodleuk zeggen: “Zo werken we niet.”’

Lees verder in Mijn hoogbegaafde puber, inspiratieboek voor ouders van hoogbegaafde jongeren, door Suzanne Buis.
Voor lezen en praten hierover met jongere kinderen schreef Suzanne De droomdenker en voor hun ouders Mijn hoogbegaafde kind & ik.

Droomdenkerlezing in Driebergen op 26 mei

Pharos, een belangenvereniging voor ouders van hoogbegaafde kinderen, biedt elke ouder die op zoek is naar gezelligheid, inspiratie en nieuwe inzichten de kans om deze zeer mooie droomdenkerlezing van Suzanne Buis bij te wonen. Zij is bekend van het boek De droomdenker en Mijn hoogbegaafde kind en ik. Binnenkort verschijnt haar nieuwe inspiratieboek Mijn hoogbegaafde puber.

Voor ouders van hoogbegaafde kinderen

Deze keer is het (heel on-Pharos) alleen voor ouders. Waarom? Omdat je als ouder van een (vermoedelijk) hoogbegaafd kind de ruimte mag nemen om goed voor jezelf te zorgen. En dat doe je dus door uit te wisselen met andere mensen, te luisteren naar een inspirerende spreekster (Suzanne Buis) en je te laven aan hapjes en drankjes op het mooie landgoed De Horst.

Kennismaken met Pharos

Dit evenement is voor alle ouders/verzorgers/opa’s/oma’s die
– Zich afvragen of hun kind hoogbegaafd is of niet
– Al weten dat hun kind hoogbegaafd is – en nu?
– Op zoek zijn naar contacten voor zichzelf en/of voor hun kinderen
– Meer willen weten over Pharos
– Grootse of minder grootse plannen hebben waarbij Pharos mee kan denken
– Iets willen betekenen voor deze doelgroep en daarover in gesprek willen met Pharos.

Waar en wanneer?

Landgoed De Horst, Driebergen is de locatie van dit heilzame event. Het is goed bereikbaar met het OV en ook met de auto.
Je bent vanaf 13.30 welkom (inloop). Om 16.00 eindigen we met een borrel.

Aanmelden?

Boektip over hoogbegaafdheid: Hoogbegaafd, nou én?

Boektip vol liefs over hoogbegaafdheid: Hoogbegaafd, nou én? Ontdekboek over hoogbegaafdheid voor kinderen van 5 tot 99 jaar! Door Wendy Lammers van Toorenburg, uitgeverij Samsara

Dit stevige boek lijkt met z’n grote letters, weinig tekst per bladzijde en ruim honderd illustraties op een heel dik prentenboek. Maar het went snel: de tekst is inhoudelijk erg sterk, van overbodige toestanden ontdaan, en de illustraties voegen echt iets toe. Ik word geraakt door de mooie definities en de vriendelijke uitleg erbij, veelal in symboliek. Als auteur van vele boeken voor beelddenkers en hoogbegaafden, zowel kinderen als volwassenen, vind ik het heel waardevol als beeld en tekst elkaar versterken. Zo is ook mijn boek De droomdenker ontstaan.
Op pagina 30 bijvoorbeeld:

Testen

Je zou testen zo kunnen ‘vertalen’: Ieder mens heeft wel een verzameling gereedschap: een hamer, een bei- tel, een nijptang, een zaag, schroevendraaiers. Maar de ene mens heeft misschien een ander soort gereedschap dan de andere. Of bijvoorbeeld meer speciale tangetjes. Of schroevendraaiers. En er zijn ook altijd wel een paar mensen die zeer bijzonder gereed- schap hebben. Gereedschap om bijvoorbeeld een horloge mee te kunnen repareren, of een televisie. Bij een test wordt gekeken welk soort gereedschap jíj hebt.

Tips om te praten over wat je voelt en doet

De tekst is prettig leesbaar voor jong en oud, en informatief voor hoogbegaafden zelf en voor mensen die niet hoogbegaafd zijn maar zich erin willen verdiepen. Kinderen worden aangemoedigd over hun eigen gedrag na te denken, zoals bij de lijst op pagina 122:
Er zijn veel manieren om te ‘vertellen’ dat je boos of verdrietig of misschien wel een beetje in de war bent:
[ ] je hééél stoer gedragen…

[ ] heel veel grappen maken…
[ ] duwen en botsen met andere kinderen in de klas en op het plein, net als een echt botsautootje…

[ ] in je kamer met spullen gooien…
Er is de optie om kruisjes te zetten bij wat bij jou past. Dat kan natuurlijk een fijne manier zijn om je ouders of iemand anders iets duidelijk te maken over jezelf. Pagina 132 meldt dat het soms heel lastig kan zijn om een gesprek te beginnen. De lijstjes en de cirkeltekening kunnen handige hulpmiddelen zijn.
Wat ik dan weer heel lief en nuttig vind:
Het is natuurlijk niet handig om te gaan praten als je moeder net staat te koken. Of je vader helemaal verdiept is in een tv-programma. […] Je kunt ook een klein briefje bij ze neerleggen waarop je schrijft: ‘Ik wil over iets belangrijks praten!’ Dan zeggen zij wel wanneer dat het beste kan.
Het speciale gereedschap in de vorm van een flitsend mooi tangetje komt terug als aanmoediging om op school duidelijk te zijn over wat je kunt en zou willen. Want:
Als niemand weet dat jij dat tangetje hebt, zul je er ook geen speciaal klusje voor krijgen. (…) Als je er wel over praat, geef je de leerkracht tenminste de mogelijkheid erover na te denken hoe het voor jou anders kan.

Leerstijlen, aansluiting vinden, inspirerende rolmodellen

Uitermate nuttig om je aangemoedigd te voelen om voor je wensen en behoeften op te komen. En dat maakt een ander onderdeel makkelijker: keuzes leren maken wat betreft aanpassen. Informatie over leerstijlen, jezelf in materie verdiepen, het vinden van en aansluiten bij een club, vriendschappen aangaan met andere slimmerds, omgaan met sensitiviteit… allemaal thema’s die kort en bondig worden besproken. Ook zijn er lijstjes van inspirerende personen uit heden en geschiedenis – ik sloeg al aan het googelen omdat ik niet alle namen kende. Voor ouders en leerkrachten staan achterin lijsten met signalen om hoogbegaafde schoolkinderen, kleuters en onderpresteerders eerder te herkennen.

Een interessant en prettig boek om met je hoogbegaafde kind te lezen. Je kunt het je slimme kind ook prima zelf laten lezen. (c) Suzanne Buis, www.volliefs.nl