Home » uitdaging

Tag: uitdaging

Het brein van de marathon-ondernemer

Door Suzanne Buis
Mijn vriend Rudy is de drukste persoon die ik ken: altijd in beweging, praten, plannen aan het maken en uitvoeren. We gingen vroeger vrijwel dagelijks met elkaar om, vanaf dat ik een jaar of 6 was en hij 12. Gelukkig had toen nog niemand het over ADHD. Afgelopen zomer interviewde ik hem voor mijn nieuwe boek. Wonderlijk hoe je iemand goed kunt kennen, vaak kunt spreken, en toch geen idee hebt hoe het werkt in zijn hoofd.
Zo was een van mijn vragen hoe hij als topondernemer zo veel kan sporten, want hij doet mee aan grote triathlon-evenementen (en helpt dan en passant de organisatie met beveiliging en de logistiek). Ik had geen idee hoe groot het verband is tussen de beweging van zijn lichaam en de activiteit van zijn brein. Zo gaat hij bijvoorbeeld urenlang in zee zwemmen, en dan loopt hij het strand op met een kant en klaar ondernemersplan in zijn hoofd.
Mijn brein kan dat niet bevatten. Ik zou na zes uur zwemmen hooguit met een testament in mijn hoofd uit het water gevist worden. Maar goed, we waren ook altijd al erg verschillend. Op wintersportvakanties deed hij na uren houthakken voor het hele appartementenhuis, een dag skiën en de après ski voldoende energie op om, voor het eten, een paar keer tegen een berg op te rennen – met mij op zijn rug, anders vond hij het te gemakkelijk. Ik vond het al een hele inspanning om op zijn rug te blijven zitten.

Mijn brein kan dat niet bevatten. Ik zou na zes uur zwemmen hooguit met een testament in mijn hoofd uit het water gevist worden.

20 jaar met tegenzin naar school

Rudy is nu 51 en hij runt met zijn vrouw Nga en zijn zakenpartnervriend Dave achttien koffiewinkels in Hoi An, Vietnam. Ze houden zich ook bezig met politieke zaken, zoals het verbeteren van de positie van koffieboeren.
In mijn boek legt Rudy uit hoe het kan dat hij een hekel had aan leren en toch 20 jaar naar school is geweest. Enkele fragmenten uit het interview deel ik hier op volliefs.nl.

Oetlul met je to do-list

‘Het gezinsleven vind ik fijn, met ons zoontje van een jaar, we zijn erg gelukkig met elkaar. Ondernemen gaat goed, we zijn met vastgoed bezig en grote nieuwe projecten. Wat het sporten betreft, ja, dat blijft intensief. Ik ga dan bijvoorbeeld zes uur zwemmen langs allerlei eilanden. Nu is het vakantie en dan ga ik hout hakken en zagen. Als ik dat niet doe, ben ik bang dat ik ’s nachts niet slaap. Ik slaap elke nacht netjes acht uur. Stel dat ik overdag twee uur niets doe, ik ga bijvoorbeeld een boek lezen, dan slaap ik toch niet meer ’s avonds? Dat denk ik dan. Mijn logica werkt anders. Ik ben een patronenmens. Als mijn plannen wijzigen of het ritme verandert, vind ik dat vervelend. Zo gaat het de hele dag met beslissingen. Als iets uitloopt, moet ik elk kwartier de beslissing nemen: ga ik nu door of niet?’
Maar dan denk ik ook: wat ben je nou voor oetlul met je to do-list, voor hetzelfde geld val je morgen om.’

Mavo-leerling verbetert examens

‘Hoogbegaafdheid was nooit een onderwerp van gesprek bij ons. Met wiskunde en boekhouden had ik alleen maar tienen, maar talen waren echt verschrikkelijk. Daarom ging ik naar de mavo. Intussen verbeterde ik wiskundeboeken en zelfs landelijke examens. Dat viel op een gegeven moment op en toen zijn er wat tests geweest. Maar echt belangrijk werd dat nooit.’

Hoogbegaafden moeten veranderen

‘In Nederland is het al snel zo dat als er iets anders aan je is, zoals begaafdheid, er iets aan jou moet gebeuren. Je moet veranderen, je aanpassen, dan moet je naar een specialist, therapie, enzovoort. In Vietnam is dat totaal anders. Dan gaat de gemeenschap naar een oplossing zoeken. Ik denk dat het goed is om niet alleen naar “de puber met een probleem” te kijken, maar ook naar wat daaromheen nodig is zodat hij zich beter voelt.’

Maar heeft hij ADHD?

Rudy vertelt in het boek ook over zijn Guiness Records en zijn monstersteptocht. Zo verhelderend en inspirerend, hoor ik van ouders van pubers, die op school verdacht worden van ADHD. Want die term heeft Rudy ook voorbij horen komen in zijn leven.
Eerlijk gezegd denk ik dat het best zou kunnen, maar wat maakt het nu nog uit? Rudy weet er mee te werken, sterker nog, het werkt nu in zijn voordeel. Hij heeft de mensen en omgeving gevonden die zijn snelle brein waarderen.
Na vele jaren vriendschap en samen werken, zien we elkaar nu niet zo vaak meer. Maar ik denk met veel plezier terug aan die tijd. Het was soms intensief, zo’n actieve vriend, altijd bezig, altijd in beweging en altijd druk met nieuwe plannen. Maar aan al die ouders die zich soms zorgen maken over hun eigen ‘druktemaker’: wat mij betreft was hij de beste grote vriend die een kind zich kan wensen.
 

Lees verder in Mijn hoogbegaafde puber, te bestellen bij de auteur via www.volliefs.nl

 
 

Wél plusklas, niet voor hoogbegaafde leerlingen

De website van een stichting voor basisscholen meldt over het beleid bij (vermoedelijke) hoogbegaafdheid. ‘Voor kinderen die meer aankunnen, hun werk snel af hebben en goede CITO-scores hebben, is er een plusklas.’

Nee toch?!

Helaas gaat dat beleid uit van goed functionerende hoogbegaafden, met plezier in leren, waar ‘uit komt wat er in zit’. Over het algemeen gaat dat over hoogintelligente kinderen, niet hoogbegaafde kinderen. Het probleem bij veel hoogbegaafde kinderen is dat ze geen goede CITO-scores hebben en hun werk vaak slechts afmaken na heel veel aanmoediging.
Zoals Jack Provily het mooi zegt in de nieuwste Gifted a248 Magazine over (hoog)begaafde kinderen:
“De kans is groot dat zo’n leerling [die niet wordt begrepen] minder gaat presteren, aan zichzelf gaat twijfelen en een hekel krijgt aan school. Door de verminderde motivatie zakken de prestaties of het kind past zich aan aan het groepsgemiddelde en aan de verwachtingen van de leerkracht.
Veel hoogbegaafde leerlingen zijn ook niet geïnteresseerd in hoge cijfers en/of beoordelingen. Ze willen leren, ontdekken, geboeid raken, uitgedaagd worden en hoeven niet te laten zien hoe goed ze zijn.”

Plusklas: voor wie?

Dit zijn dus júist de kinderen die baat hebben bij extra/andere uitdagingen in een plusklas. Helaas sluit het beleid van deze schoolstichting juist de kinderen uit die de plusklas nodig hebben:
de onderpresteerders,
de aanpassers,
de pleasers,
de kinderen die hun faalangst weten te verbergen,
de kinderen die al zo afgeleerd hebben om vragen te stellen, dat ze liever verdacht worden van ‘ongeïnteresseerd zijn’,
de stoorzenders,
de aangeleerd-stille kinderen, die zo vaak ‘nee, dat is niet de bedoeling’ gehoord hebben, dat ze hun mond maar houden.
Nee, alleen kinderen die hun werk afhebben en hoge cijfers behalen, mogen naar de plusklas. Zo is de plusklas geen aanvulling om te zorgen voor beter passend onderwijs, maar een privilege, een excellencegroep, voor wie goed bezig is. Niets mis mee, maar laten we dat niet verwarren met ‘deze school heeft beleid voor hoogbegaafde kinderen’. Ik krijg juist het verontrustende gevoel dat deze leerlingen over het hoofd worden gezien.
Toch maar even een mailtje aan het bestuur van de stichting.
Meer lezen uit het interview met Jack Provily? Bestel de nieuwste Gifted @248
Wil je ook het gesprek over hoogbegaafdheid aangaan op de school van jouw kinderen? Lees hoe andere ouders dit deden en wat deskundigen aanraden, in ‘Mijn hoogbegaafde kind en ik’.
(c) 2018 Suzanne Buis, auteur van oa De droomdenker, lees- en werkboek over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en beelddenken.

‘Maak van hoogbegaafdheid geen probleem, maar een uitdaging’

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Ambassadeur van hoogbegaafdheid Richelle de Deugd helpt ouders en leerkrachten met praktische adviezen

Als docent en ervaringsdeskundige is Richelle de Deugd een welkome spreker op scholen, waar ze leerkrachten voorlichting geeft over hoogbegaafdheid als uitdaging. Aan ouders legt ze uit wat de school ‘doet’ met het onderwerp. De nadruk wordt hierbij gelegd op het leren signaleren en inspelen op de specifieke mogelijkheden van ieder kind, ook van kinderen met een hoog denkniveau.
In haar praktijk Hobega in Limmen biedt Richelle ouders en kinderen ondersteuning op maat: gesprekken samen, individueel en/of voor de kinderen in een klein groepje. Het kan juist voor zeer intelligente kinderen, die al veel zelf gepiekerd hebben, heel goed werken om samen ‘onbegrijpelijke dingen’ te bespreken en te denken over het waarom. Zo blijken er voor sommige problemen thuis en op school toch wel wat oplossingen te zijn.
Uitgeverij Vol liefs raadpleegt Richelle de Deugd geregeld, bijvoorbeeld voor Mijn hoogbegaafde kind & ik en De droomdenker.

Varen op logica

Richelle: ‘Hoogbegaafde kinderen leren al snel te varen op logica. Daar kun je enorm mee in de knoop komen, als er weinig aandacht wordt besteed aan gevoelszaken. Zo komen veel hoogbegaafde kinderen aan een stempel van autisme, Asperger, ADD: ze beredeneren en zijn minder bezig met invoelen of reageren op emoties.’ Daarnaast lopen deze kinderen op een gegeven moment vast in de schoolloopbaan. ‘Ze hebben niet leren leren. Lange tijd gaat dat goed, tot je thuis moet studeren en stof moet kunnen reproduceren. Zo lang alles ‘logisch’ is, lukt het nog wel, als ze het in de klas maar een keer hebben gehoord of de opgave wel kunnen bevatten. Maar hoe ze dan bij een bepaalde oplossing komen, dat kunnen ze niet echt aangeven, terwijl dat wel vereist is. Op een gegeven moment gaat dat opbreken.’

Begin op schooldag 1

Daarom is Richelle voorstander van vroege signalering. ‘Het is van belang het zelfbeeld van kleuters goed te houden en te helpen opbouwen.’ Het aanpassen aan de verwachtingen van een kleuterjuf en het aanpassen aan het algemene niveau gaat heel snel, waarschuwt Richelle. ‘Daarom hamer ik er bij scholen op: begin op dag 1. Het aanpassen is moeilijk te voorkomen, maar er zijn wel middelen om vroeg vast te stellen wat een kind kan. Met de Menstekening van Goodenough kun je een standaard puntenlijst afwerken wat betreft de details die een kind tekent. Dat geeft een indicatie van de leeftijd waarop het kind zich qua ontwikkeling bevindt en dat kan maken dat een leerkracht hem of haar ‘in de gaten’ moet houden. Je mag hierin echt open zijn naar het kind toe, je mag dat aandacht geven, je mag hem of haar op een ander niveau aanspreken zodat hij of zij zich niet ‘kinderachtig’ behandeld voelt.’

Thuis wel lezen, maar op school niet?!

Hiermee wordt ook voorkomen dat een kind zich op school heel anders ontwikkelt dan thuis. ‘Er zijn ouders die verbijsterd aanhoren dat hun kind volgens de juf moeite heeft met lezen. Dan zit het in de klas te spellen B-OO-M, terwijl het thuis moeiteloos de krant leest. Tja, het kind denkt en ziet om zich heen dat dat verwacht wordt: je moet Buh Oo Mmm zeggen als de juf naar dat woord wijst. Maar het kind ziet eigenlijk gewoon BOOM staan.’
Richelle’s ogen lichten op: ‘Mijn favoriete activiteit is docenten van kleuteronderwijs laten weten dat er een kleuterchecklist bestaat. Ik leg uit hoe het werkt en hoe ze er zelf mee kunnen werken. Het is verbluffend doeltreffend. Zo kan ik helpen voorkomen dat deze kinderen zich aanpassen aan de andere leerlingen en aan de verwachtingen van de juf of meester, waardoor hun unieke kwaliteiten niet meer opvallen. Vaak wordt dan pas veel later duidelijk dat er iets aan de hand is, dat een kind vastloopt, terwijl je met de checklist heel eenvoudig kunt zien of er extra aandacht nodig is voor de intelligentie van een bepaald kind.’

‘Hoe kun je zien of een baby hoogbegaafd is?’

‘De babychecklist, ook zo belangrijk. Al bij de dagopvang kunnen begeleiders leren herkennen of een kind wellicht hoogbegaafd is. Dan kan zo’n kind makkelijker begrepen worden. Er worden andere oplossingen gezocht wanneer iets minder goed gaat. De baby kan op een andere manier uitgedaagd worden bij het spelen, met een tevreden baby als gevolg; allemaal voordelen.
Er zijn veel tekenen die wijzen op mogelijke hoogbegaafdheid bij een baby. Baby’s die weinig slapen, erbij willen zijn, die liefst rechtop worden gehouden; kinderen die heel vroeg of juist later gaan kruipen; kinderen die heel snel beginnen te praten – of juist heel lang hun mond houden, tot er ineens volzinnen uit komen. Het is allemaal typisch gedrag bij baby’s die later hoogbegaafd blijken te zijn. Ze kunnen anderen ook bestuderen, alsof ze door lang te kijken begrijpen hoe het moet, zonder het gangbare ‘vallen en opstaan’. Een hoogbegaafde peuter die wil gaan staan onder een tafel, en dan zijn hoofd stoot, doet dat niet nog een keer.

‘Waarom is mijn peuter dan zo onhandig?’

Fysiek lopen ze ook vaak vooruit op de ontwikkeling. Ze krijgen vroeg tandjes, zijn vroeg met de ontwikkeling van de mond, die groter wordt en de tong kleiner, wat verstaanbaar praten mogelijk maakt. Aan de andere kant kunnen ze juist ook onhandiger zijn. Dat heeft te maken met het gebrek aan oefening. Door het bestuderen, vaak bijna bewegingloos, denken ze het op een gegeven moment te kunnen. Alleen hebben ze de motoriek niet getraind.’

‘Mijn moeder maakt een probleem van mijn hoogbegaafdheid’

Daarnaast werkt Richelle als coach een op een met hoogbegaafde kinderen, die via hun ouders of de IB-er van school bij haar terechtkomen. Veel kinderen hebben behoefte om te praten over hoe ze om kunnen gaan met hun andere manier van denken. Niet zijzelf hebben een probleem, in hun ogen, maar de mensen om hen heen. ‘Het eerste jongetje dat bij mij kwam drukte het mooi uit,’ vertelt Richelle. ‘Hij vond dat vooral zijn moeder er een probleem van maakte. ‘Ze wil dat het iedere dag Disneyland is. Dat kan nu eenmaal niet,’ zei hij. Daar hebben we het dan over.’

Fixed mindset of flexibele mindset?

Kinderen staan er erg voor open om te leren over manieren van denken, is Richelles ervaring. ‘Ik leg ze graag uit over de Mindset van Carol Dweck: heb je een fixed mind of een flexible mind? Met een flexible mind zie je uitdagingen in plaats van problemen, leer je kritiek te zien als iets om van te leren. De hele houding van ‘kom maar op’ spreekt deze kinderen vaak aan.’
Een ander hulpmiddel is het kinderkwaliteitenspel. ‘Gewone IQ-tests werken vaak niet bij slimme kinderen. Ze hebben het gevoel niet serieus genomen te worden en weigeren te antwoorden op ‘domme vragen’. Dan vertel ik dat de IQ-test niet is ontworpen voor slimme mensen, maar dat die in deze vorm een eeuw geleden voor het eerst werd gebruikt om kinderen met leermoeilijkheden op te sporen.’ Met deze kennis is het voor kinderen makkelijker om zich door de vragen heen te worstelen, ook al lijken ze te simpel. Richelle benadrukt dat het van belang is een tester te zoeken met verstand van hoogbegaafdheid.

‘Formuleer wat je wilt en sluit een deal’

In zo’n zes bijeenkomsten helpt Richelle kinderen verder met de uitdagingen waar ze bijvoorbeeld op school voor komen te staan. Sommige docenten lijken niet te begrijpen dat een kind niet lui is. Dan staan ze er meestal wel voor open wanneer een kind zelf met voorstellen komt die ook gunstig zijn voor de leraar.
‘Wat zou jij willen?  vraag ik zo’n kind. Is dat bijvoorbeeld dat je niet meer wil wachten tot een te lange uitleg is afgelopen, of eindeloos dezelfde sommetjes moet opschrijven? Zorg dan dat een leerkracht een compacte uitleg aanbiedt waarmee je zelf aan de slag kunt gaan. Bied iets aan waardoor het een goede ruil is: dan doe ik meer mijn best met Engels, of ik zal netter schrijven en mijn werk ook echt afmaken.’

Thuis assertiever dan op school. Hoe kan dat?

Richelle merkt vaak dat kinderen op zich prima kunnen formuleren wat ze (anders) willen, maar dat ze dit hebben afgeleerd. ‘Als ze een aantal keren door juffen en meesters zijn afgekapt, kunnen ze besluiten dat het zinloos is om met een leerkracht te praten. Vaak is dit als kleuter al gebeurd en zijn de kinderen of de ouders zich er niet van bewust. Deze kinderen gedragen zich thuis veel assertiever dan op school, wat een ouder ook niet direct beseft. Een kind aanmoedigen om zijn of haar wensen ter sprake te brengen, werkt vaak heel snel en goed.’

Ontwikkel vooral de vaardigheden

Richelle haalt een uitspraak van Tijl Koenderink van Novilo aan: ‘Tijl zegt ‘Maak een kind eigenaar van zijn of haar eigen problemen.’ Dat is goed voor het zelfvertrouwen en leidt sneller tot een oplossing. Het kind leert te ruilen: ik doe iets meer voor de juf, ik krijg iets meer van de juf. En voor docenten geldt: krijgt het kind extra werk, zorg dan vooral voor de ontwikkeling van vaardigheden.’

Versnellen? Prima

Versnellen (klassen overslaan) vindt Richelle in tegenstelling tot veel sceptici niet zo’n  probleem. ‘Over een kind dat qua werk een paar groepen over kan slaan, wordt dan gezegd dat hij er emotioneel of sociaal nog niet aan toe is. Maar het kan ook zijn dat het kind nu niet op zijn plek is, juíst omdat hij ook in die ontwikkeling al verder is. Dan gedraagt hij zich niet zo sociaal. Dat wordt vertaald als achterstand, terwijl de omgang met oudere kinderen veel soepeler verloopt.’

Regulier vs speciaal onderwijs

Op zich is Richelle voorstander van regulier onderwijs. ‘Zo lang een kind niet doodongelukkig is, zou ik hem zelf het liefst op een goede school in de buurt houden. Het is praktisch qua heen en weer brengen, een kind kan op straat spelen met kinderen die hij van school kent. Pas wanneer hij vastloopt, zou ik een speciale school overwegen.’ Ze denkt er even over na. ‘In eerste instantie was ik nog veel kritischer, zo van ‘in de maatschappij zul je ook moeten kunnen omgaan met mensen die niet hoogbegaafd zijn’.  Inmiddels denk ik wel dat een kind zijn talenten beter kan ontwikkelen in een omgeving die voor hem werkt. Dan redt hij zich hopelijk ook beter wanneer hij die maatschappij in moet.’
Het liefst ziet Richelle dat er in de eigen klas een begin wordt gemaakt met een andere aanpak. ‘Maak informatie compact en laat deze kinderen er zelf mee werken. Bied ook verrijkingsmateriaal aan. Voordelen zijn dat ze hiermee zelfstandiger worden én nog steeds bij de rest van de groep zitten.’

Plusklas: hoe dan?

Gaat dit goed, dan pas raadt Richelle een plusklas aan. ‘Zo kan het kind zich af en toe in een peer group begeven en op een meer ontspannen, uitdagende manier over zaken leren nadenken en praten, leren samenwerken met anderen van zijn eigen niveau. Dat kan een verademing zijn voor kinderen. Aan de andere kant kunnen docenten er wat terughoudend in zijn, want voor hen betekent het vaak extra werk. Ander nakijkewerk, inplannen wanneer een kind een tijdje de klas uit is, en wat hij of zij gaat doen aansluitend aan de plusles.’
Wat goed werkt is docenten informeren en betrekken bij de inrichting van de plusklas. ‘Het is meestal geen onwil, maar onmacht. Ze hebben te weinig know how en het helpt wanneer ze meer over hoogbegaafdheid weten.’ Zo komt de verantwoordelijkheid meer bij de docenten te liggen en bedenken ze zelf oplossingen. Bijvoorbeeld dat ze in plaats van een uurtje, liever hebben dat de plusklas een hele middag duurt.

Pak aan

Problemen en wensen herkennen en erkennen, verantwoordelijkheid nemen, zelf oplossingen aandragen: wat Richelle betreft knappen zowel docenten als leerlingen ervan op om zo met hoogbegaafdheid om te gaan. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen is het goed zich te laten voorlichten, en wel bij voorkeur op een positieve manier. Hoe kun je je hoogbegaafde kind het beste ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn of haar unieke talenten? Door het kind serieus te nemen en het met kennis en inzicht te begeleiden.

Wil je een workshop volgen, een lezing bijwonen of Richelle de Deugd uitnodigen voor een leerkrachtentraining op jouw school? Heb je interesse in coaching door Richelle?

Bekijk haar website www.hobega.nl voor meer informatie en contactgegevens.
[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]