Home » talent

Tag: talent

Talent & Groei podcast met Suzanne Buis

Talent & Groei nam onlangs voor de reeks over talentontwikkeling een podcast op met Suzanne Buis, oprichter van het Droomdenkers Talentcentrum.

Wat zijn droomdenkers?

Droomdenkers zijn kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, creatief begaafd, hoogsensitief, hoogbegaafd, beelddenker, strong-willed of alles tegelijk. Vaak is er vermoeden van add, adhd, pdd-nos, dyslexie en/of dyscalculie.
Labels maken Suzanne niet uit. Tests of cijfers ook niet.
Wat wel? Hoe komen deze kinderen tot leren? En hoe komt het dat ‘standaard adviezen’ niet werken? Dit en meer hoor je in deze aflevering.
“Droomdenkers” zijn kinderen die soms dingen zeggen, die anderen niet begrijpen. Of juist niets zeggen. Het zijn kinderen die vaak te horen krijgen dat ze te veel vragen, te kritisch zijn of te snel gaan en daardoor leren hun mond te houden.
Een droomdenker gaat liever iets nieuws bedenken dan iets herhalen. Zo kan het op school lijken alsof een droomdenker niet meedoet. Er ontstaan misverstanden, thuis en op school. Droomdenkers kunnen daardoor hun zelfvertrouwen verliezen en gedrag vertonen wat niet ‘eigen’ voelt, en voor het gevoel van de ouders niet bij het kind past.

Talent&Groei over Suzanne Buis

Suzanne is oprichter van het Droomdenkers Talentcentrum en werkt graag met en voor kinderen, jongeren en ouders, die willen leren ontspannen om te gaan met hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en beelddenken, thuis en op school.
Je zult horen dat Suzanne een zeer ondernemende en veelzijdige vrouw is. Zo is zij schrijver van oa de Droomdenker en Mijn hoogbegaafde kind en ik en heeft aan meer dan 100 boeken meegewerkt als schrijver, vertaler, bewerker of adviseur.
De Droomdenker is een lees- en werkboek dat helpt bij het beseffen dat ‘anders’ prima is en dat het logisch is dat niet iedereen dat altijd begrijpt.

Leerproblemen oplossen vanuit talenten

De podcast van Talent & Groei is gericht op leren, ontwikkeling, onderwijs en opvoeding. Hoe kun je op een andere manier omgaan met leerproblemen? Karen Dijkstra gaat in gesprek met auteurs, coaches, ouders en andere experts, die bij leerproblemen kijken vanuit talenten in plaats van tekorten. Met deze podcast krijg je inspiratie, nieuwe inzichten en tips, zodat jij een kind vanuit talent kan helpen groeien.

Boek

Meer weten over een andere kijk op leerproblemen? Lees dan In 10 stappen leren vanuit talent van Karen Dijkstra. Het boek is te bestellen via de website en tevens te koop via alle (online) boekhandels.

Leerstijltest

Loopt jouw kind of leerling vast op school? Misschien heeft het een andere leerstijl. Vraag de gratis leerstijltest aan om te ontdekken hoe jouw kind het beste leert. Vragen of suggesties voor een nieuwe podcast aflevering zijn altijd welkom. Je kunt Karen Dijkstra bereiken via karen@talentengroei.com

Luister gratis

Luister gratis naar Suzanne’s tips en inzichten over ontspannen omgaan met de uitdagingen van hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, beelddenken en kinderen met een sterke wil.

De podcast van Talent & Groei van Karen Dijkstra beluister je op je favoriete podcast app of hier op de website van Talent&Groei.

Ontwikkelingsvoorsprong herkennen bij kinderen

Jonge kinderen met (intelligentie)ontwikkelingsvoorsprong zijn gebaat bij vroege signalering, begeleiding en stimulering van hun talent.

Wanneer een intelligentie-voorsprong of ontwikkelingsvoorsprong niet tijdig herkend wordt, kunnen deze kinderen gaan onderpresteren. Een ervaringsdeskundige, onderzoeker, wetenschapper, expert, kinderarts en auteur lieten hun licht schijnen tijdens een symposium over dit onderwerp: Had ik het maar eerder geweten. Dit gebeurde op initiatief van Grip op Talent in het theater van de Openbare Bibliotheek Amsterdam.
Een van de sprekers was Suzanne Buis, auteur en uitgever van Vol liefs. ‘Het was leerzaam, met indrukwekkende en erg positieve verhalen! Fijn publiek en een leuke mix van verhalen en invalshoeken. Zo goed om te zien dat er op veel terreinen wordt gewerkt aan het informeren over hoogbegaafdheid, júíst in een vroeg stadium.’
Een filmpje van een kwartier van de presentatie bij de OBA over De droomdenker door Suzanne Buis, op YouTube: https://lnkd.in/eCXQjmW

Programma

19.00    Opening door Hidde Simons.
19.05    Sandra Vervoort, medeoprichtster van HB020 en ervaringsdeskundige. Waarom was er voor haar noodzaak om eerder te weten dat bij haar kinderen hoogbegaafdheid een rol speelde?
19.30 Fanny Cattenstart, van Grip op Talent en expertgroep Ontwikkelingsvoorsprong, belicht een nieuw signaleringsinstrument voor consultatiebureaus. Zij vertelt over de zijnskenmerken, hoe deze bij jonge kinderen al zo goed te zien is en over de valkuilen als het niet gezien wordt.
19.45    Specialist hoogbegaafdheid Tijl Koenderink in gesprek met cabaretier Jeffrey Spalburg en acteur Mimoun Ouled Radi. ‘Zijn cabaretiers vaak hoogbegaafd?’
20.00    Psycholoog en onderzoeker Bart Vogelaar, Universiteit Leiden, vertelt over zijn promotie:

‘Hoogbegaafd kind presteert beter bij meer uitleg’

20.30    Kinderarts, Edith Langeveld-Mollink vertelt: hoe kun je als jeugdarts een belangrijke rol spelen? Er zijn nog veel misverstanden.
20.45    Auteur Suzanne Buis, auteur van ‘Mijn hoogbegaafde kind en ik‘: hoe boeken een rol kunnen spelen in de  begeleiding van deze kinderen en hun ouders. Een kijkje in het hoofd van een hoogbegaafd kind is zinnig voor professionals en herkenning is heel prettig voor ouders en kinderen.
21.00    Zaal- en panelgesprek
21.30    Boekverkoop door 248 media/signeren en napraten aan de bar
Deze avond is een initiatief van Grip op Talent.

‘Maak van hoogbegaafdheid geen probleem, maar een uitdaging’

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Ambassadeur van hoogbegaafdheid Richelle de Deugd helpt ouders en leerkrachten met praktische adviezen

Als docent en ervaringsdeskundige is Richelle de Deugd een welkome spreker op scholen, waar ze leerkrachten voorlichting geeft over hoogbegaafdheid als uitdaging. Aan ouders legt ze uit wat de school ‘doet’ met het onderwerp. De nadruk wordt hierbij gelegd op het leren signaleren en inspelen op de specifieke mogelijkheden van ieder kind, ook van kinderen met een hoog denkniveau.
In haar praktijk Hobega in Limmen biedt Richelle ouders en kinderen ondersteuning op maat: gesprekken samen, individueel en/of voor de kinderen in een klein groepje. Het kan juist voor zeer intelligente kinderen, die al veel zelf gepiekerd hebben, heel goed werken om samen ‘onbegrijpelijke dingen’ te bespreken en te denken over het waarom. Zo blijken er voor sommige problemen thuis en op school toch wel wat oplossingen te zijn.
Uitgeverij Vol liefs raadpleegt Richelle de Deugd geregeld, bijvoorbeeld voor Mijn hoogbegaafde kind & ik en De droomdenker.

Varen op logica

Richelle: ‘Hoogbegaafde kinderen leren al snel te varen op logica. Daar kun je enorm mee in de knoop komen, als er weinig aandacht wordt besteed aan gevoelszaken. Zo komen veel hoogbegaafde kinderen aan een stempel van autisme, Asperger, ADD: ze beredeneren en zijn minder bezig met invoelen of reageren op emoties.’ Daarnaast lopen deze kinderen op een gegeven moment vast in de schoolloopbaan. ‘Ze hebben niet leren leren. Lange tijd gaat dat goed, tot je thuis moet studeren en stof moet kunnen reproduceren. Zo lang alles ‘logisch’ is, lukt het nog wel, als ze het in de klas maar een keer hebben gehoord of de opgave wel kunnen bevatten. Maar hoe ze dan bij een bepaalde oplossing komen, dat kunnen ze niet echt aangeven, terwijl dat wel vereist is. Op een gegeven moment gaat dat opbreken.’

Begin op schooldag 1

Daarom is Richelle voorstander van vroege signalering. ‘Het is van belang het zelfbeeld van kleuters goed te houden en te helpen opbouwen.’ Het aanpassen aan de verwachtingen van een kleuterjuf en het aanpassen aan het algemene niveau gaat heel snel, waarschuwt Richelle. ‘Daarom hamer ik er bij scholen op: begin op dag 1. Het aanpassen is moeilijk te voorkomen, maar er zijn wel middelen om vroeg vast te stellen wat een kind kan. Met de Menstekening van Goodenough kun je een standaard puntenlijst afwerken wat betreft de details die een kind tekent. Dat geeft een indicatie van de leeftijd waarop het kind zich qua ontwikkeling bevindt en dat kan maken dat een leerkracht hem of haar ‘in de gaten’ moet houden. Je mag hierin echt open zijn naar het kind toe, je mag dat aandacht geven, je mag hem of haar op een ander niveau aanspreken zodat hij of zij zich niet ‘kinderachtig’ behandeld voelt.’

Thuis wel lezen, maar op school niet?!

Hiermee wordt ook voorkomen dat een kind zich op school heel anders ontwikkelt dan thuis. ‘Er zijn ouders die verbijsterd aanhoren dat hun kind volgens de juf moeite heeft met lezen. Dan zit het in de klas te spellen B-OO-M, terwijl het thuis moeiteloos de krant leest. Tja, het kind denkt en ziet om zich heen dat dat verwacht wordt: je moet Buh Oo Mmm zeggen als de juf naar dat woord wijst. Maar het kind ziet eigenlijk gewoon BOOM staan.’
Richelle’s ogen lichten op: ‘Mijn favoriete activiteit is docenten van kleuteronderwijs laten weten dat er een kleuterchecklist bestaat. Ik leg uit hoe het werkt en hoe ze er zelf mee kunnen werken. Het is verbluffend doeltreffend. Zo kan ik helpen voorkomen dat deze kinderen zich aanpassen aan de andere leerlingen en aan de verwachtingen van de juf of meester, waardoor hun unieke kwaliteiten niet meer opvallen. Vaak wordt dan pas veel later duidelijk dat er iets aan de hand is, dat een kind vastloopt, terwijl je met de checklist heel eenvoudig kunt zien of er extra aandacht nodig is voor de intelligentie van een bepaald kind.’

‘Hoe kun je zien of een baby hoogbegaafd is?’

‘De babychecklist, ook zo belangrijk. Al bij de dagopvang kunnen begeleiders leren herkennen of een kind wellicht hoogbegaafd is. Dan kan zo’n kind makkelijker begrepen worden. Er worden andere oplossingen gezocht wanneer iets minder goed gaat. De baby kan op een andere manier uitgedaagd worden bij het spelen, met een tevreden baby als gevolg; allemaal voordelen.
Er zijn veel tekenen die wijzen op mogelijke hoogbegaafdheid bij een baby. Baby’s die weinig slapen, erbij willen zijn, die liefst rechtop worden gehouden; kinderen die heel vroeg of juist later gaan kruipen; kinderen die heel snel beginnen te praten – of juist heel lang hun mond houden, tot er ineens volzinnen uit komen. Het is allemaal typisch gedrag bij baby’s die later hoogbegaafd blijken te zijn. Ze kunnen anderen ook bestuderen, alsof ze door lang te kijken begrijpen hoe het moet, zonder het gangbare ‘vallen en opstaan’. Een hoogbegaafde peuter die wil gaan staan onder een tafel, en dan zijn hoofd stoot, doet dat niet nog een keer.

‘Waarom is mijn peuter dan zo onhandig?’

Fysiek lopen ze ook vaak vooruit op de ontwikkeling. Ze krijgen vroeg tandjes, zijn vroeg met de ontwikkeling van de mond, die groter wordt en de tong kleiner, wat verstaanbaar praten mogelijk maakt. Aan de andere kant kunnen ze juist ook onhandiger zijn. Dat heeft te maken met het gebrek aan oefening. Door het bestuderen, vaak bijna bewegingloos, denken ze het op een gegeven moment te kunnen. Alleen hebben ze de motoriek niet getraind.’

‘Mijn moeder maakt een probleem van mijn hoogbegaafdheid’

Daarnaast werkt Richelle als coach een op een met hoogbegaafde kinderen, die via hun ouders of de IB-er van school bij haar terechtkomen. Veel kinderen hebben behoefte om te praten over hoe ze om kunnen gaan met hun andere manier van denken. Niet zijzelf hebben een probleem, in hun ogen, maar de mensen om hen heen. ‘Het eerste jongetje dat bij mij kwam drukte het mooi uit,’ vertelt Richelle. ‘Hij vond dat vooral zijn moeder er een probleem van maakte. ‘Ze wil dat het iedere dag Disneyland is. Dat kan nu eenmaal niet,’ zei hij. Daar hebben we het dan over.’

Fixed mindset of flexibele mindset?

Kinderen staan er erg voor open om te leren over manieren van denken, is Richelles ervaring. ‘Ik leg ze graag uit over de Mindset van Carol Dweck: heb je een fixed mind of een flexible mind? Met een flexible mind zie je uitdagingen in plaats van problemen, leer je kritiek te zien als iets om van te leren. De hele houding van ‘kom maar op’ spreekt deze kinderen vaak aan.’
Een ander hulpmiddel is het kinderkwaliteitenspel. ‘Gewone IQ-tests werken vaak niet bij slimme kinderen. Ze hebben het gevoel niet serieus genomen te worden en weigeren te antwoorden op ‘domme vragen’. Dan vertel ik dat de IQ-test niet is ontworpen voor slimme mensen, maar dat die in deze vorm een eeuw geleden voor het eerst werd gebruikt om kinderen met leermoeilijkheden op te sporen.’ Met deze kennis is het voor kinderen makkelijker om zich door de vragen heen te worstelen, ook al lijken ze te simpel. Richelle benadrukt dat het van belang is een tester te zoeken met verstand van hoogbegaafdheid.

‘Formuleer wat je wilt en sluit een deal’

In zo’n zes bijeenkomsten helpt Richelle kinderen verder met de uitdagingen waar ze bijvoorbeeld op school voor komen te staan. Sommige docenten lijken niet te begrijpen dat een kind niet lui is. Dan staan ze er meestal wel voor open wanneer een kind zelf met voorstellen komt die ook gunstig zijn voor de leraar.
‘Wat zou jij willen?  vraag ik zo’n kind. Is dat bijvoorbeeld dat je niet meer wil wachten tot een te lange uitleg is afgelopen, of eindeloos dezelfde sommetjes moet opschrijven? Zorg dan dat een leerkracht een compacte uitleg aanbiedt waarmee je zelf aan de slag kunt gaan. Bied iets aan waardoor het een goede ruil is: dan doe ik meer mijn best met Engels, of ik zal netter schrijven en mijn werk ook echt afmaken.’

Thuis assertiever dan op school. Hoe kan dat?

Richelle merkt vaak dat kinderen op zich prima kunnen formuleren wat ze (anders) willen, maar dat ze dit hebben afgeleerd. ‘Als ze een aantal keren door juffen en meesters zijn afgekapt, kunnen ze besluiten dat het zinloos is om met een leerkracht te praten. Vaak is dit als kleuter al gebeurd en zijn de kinderen of de ouders zich er niet van bewust. Deze kinderen gedragen zich thuis veel assertiever dan op school, wat een ouder ook niet direct beseft. Een kind aanmoedigen om zijn of haar wensen ter sprake te brengen, werkt vaak heel snel en goed.’

Ontwikkel vooral de vaardigheden

Richelle haalt een uitspraak van Tijl Koenderink van Novilo aan: ‘Tijl zegt ‘Maak een kind eigenaar van zijn of haar eigen problemen.’ Dat is goed voor het zelfvertrouwen en leidt sneller tot een oplossing. Het kind leert te ruilen: ik doe iets meer voor de juf, ik krijg iets meer van de juf. En voor docenten geldt: krijgt het kind extra werk, zorg dan vooral voor de ontwikkeling van vaardigheden.’

Versnellen? Prima

Versnellen (klassen overslaan) vindt Richelle in tegenstelling tot veel sceptici niet zo’n  probleem. ‘Over een kind dat qua werk een paar groepen over kan slaan, wordt dan gezegd dat hij er emotioneel of sociaal nog niet aan toe is. Maar het kan ook zijn dat het kind nu niet op zijn plek is, juíst omdat hij ook in die ontwikkeling al verder is. Dan gedraagt hij zich niet zo sociaal. Dat wordt vertaald als achterstand, terwijl de omgang met oudere kinderen veel soepeler verloopt.’

Regulier vs speciaal onderwijs

Op zich is Richelle voorstander van regulier onderwijs. ‘Zo lang een kind niet doodongelukkig is, zou ik hem zelf het liefst op een goede school in de buurt houden. Het is praktisch qua heen en weer brengen, een kind kan op straat spelen met kinderen die hij van school kent. Pas wanneer hij vastloopt, zou ik een speciale school overwegen.’ Ze denkt er even over na. ‘In eerste instantie was ik nog veel kritischer, zo van ‘in de maatschappij zul je ook moeten kunnen omgaan met mensen die niet hoogbegaafd zijn’.  Inmiddels denk ik wel dat een kind zijn talenten beter kan ontwikkelen in een omgeving die voor hem werkt. Dan redt hij zich hopelijk ook beter wanneer hij die maatschappij in moet.’
Het liefst ziet Richelle dat er in de eigen klas een begin wordt gemaakt met een andere aanpak. ‘Maak informatie compact en laat deze kinderen er zelf mee werken. Bied ook verrijkingsmateriaal aan. Voordelen zijn dat ze hiermee zelfstandiger worden én nog steeds bij de rest van de groep zitten.’

Plusklas: hoe dan?

Gaat dit goed, dan pas raadt Richelle een plusklas aan. ‘Zo kan het kind zich af en toe in een peer group begeven en op een meer ontspannen, uitdagende manier over zaken leren nadenken en praten, leren samenwerken met anderen van zijn eigen niveau. Dat kan een verademing zijn voor kinderen. Aan de andere kant kunnen docenten er wat terughoudend in zijn, want voor hen betekent het vaak extra werk. Ander nakijkewerk, inplannen wanneer een kind een tijdje de klas uit is, en wat hij of zij gaat doen aansluitend aan de plusles.’
Wat goed werkt is docenten informeren en betrekken bij de inrichting van de plusklas. ‘Het is meestal geen onwil, maar onmacht. Ze hebben te weinig know how en het helpt wanneer ze meer over hoogbegaafdheid weten.’ Zo komt de verantwoordelijkheid meer bij de docenten te liggen en bedenken ze zelf oplossingen. Bijvoorbeeld dat ze in plaats van een uurtje, liever hebben dat de plusklas een hele middag duurt.

Pak aan

Problemen en wensen herkennen en erkennen, verantwoordelijkheid nemen, zelf oplossingen aandragen: wat Richelle betreft knappen zowel docenten als leerlingen ervan op om zo met hoogbegaafdheid om te gaan. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen is het goed zich te laten voorlichten, en wel bij voorkeur op een positieve manier. Hoe kun je je hoogbegaafde kind het beste ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn of haar unieke talenten? Door het kind serieus te nemen en het met kennis en inzicht te begeleiden.

Wil je een workshop volgen, een lezing bijwonen of Richelle de Deugd uitnodigen voor een leerkrachtentraining op jouw school? Heb je interesse in coaching door Richelle?

Bekijk haar website www.hobega.nl voor meer informatie en contactgegevens.
[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]