Home » Als je niet goed bent in taal, kun je dan wel een IQ-test maken?

Als je niet goed bent in taal, kun je dan wel een IQ-test maken?

Veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of vermoeden van hoogbegaafdheid hebben evengoed problemen met taal. Ze hebben moeite met praten, schrijven, lezen of begrijpen wat er verwacht wordt. Er kunnen motorische problemen zijn, een TOS (taalontwikkelingsstoornis), dyslexie, niet-geïntegreerde reflexen die de ontwikkeling van spraak moeizaam maken.
Maar als er zulke obstakels zijn, betekent dat nog niet dat je niet een uitzonderlijk hoog IQ zou kunnen hebben. Ouders zien vaak kenmerken van hoogbegaafdheid die op school niet opvallen. Scholen vragen dan nogal eens om een IQ-test.

IQ-test geen goed idee
Als je wilt weten hoe het met de intelligentie van zo’n kind (of jongere) gesteld is, lijkt een IQ-test niet zo’n goed idee. Als taal een belemmering is, lijkt degene die getest wordt al snel veel ‘dommer’. Simpelweg omdat taal niet de beste methode is voor diegene om zich uit te drukken.
Best lastig. Hoe haal je cognitieve vaardigheden naar boven zonder dat praten, luisteren, lezen of schrijven in de weg zitten?

In het Droomdenkers Talentcentrum wordt bij de begeleiding van kinderen, jongeren en ouders gebruik gemaakt van onder andere het Wereldspel. Suzanne Buis, eigenaar van het Droomdenkers Talentcentrum, legt uit waarom ze dit zo’n goed middel vindt bij het bespreekbaar maken van (vermoeden van) hoogbegaafdheid.
‘Het Wereldspel is een heel fijn, speels, ontspannen en snel hulpmiddel om inzicht te krijgen zonder praten, zonder vragen en (moeten) antwoorden. Heel prettig voor veel kinderen. Ik gebruik het ook bij de begeleiding van wat ik droomdenkers noem. Droomdenkers zijn mensen met een combinatie van hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en/of beelddenken.’
Sterke wil – maar niet om te onderzoeken ‘wat er mis gaat’
Suzanne: ‘Droomdenkers zijn vaak ‘strong-willed’. Juist die kinderen (en jongeren en volwassenen) hebben vaak weerstand tegen ‘moeten’ praten. Ze kunnen vaak prima analyseren, maar omdat de analyse nooit grondig genoeg is naar hun zin, en er altijd nieuwe informatie kan zijn waardoor onzekerheid ontstaat, gaan ze hier niet graag over in gesprek. Het is ook erg moeilijk om voldoende veiligheid te ervaren bij iemand als een therapeut, omdat ze zich vaak in de eerste paar minuten al niet gezien voelen. Kinderen die voor hulp bij iemand gebracht worden hebben vaak al heel wat tegenvallers ervaren in het dagelijks leven. En ergens weten ze ook wel dat ze anders zijn, maar dat betekent nog niet dat je wilt onderzoeken ‘wat er mis gaat’. En ze hebben gelijk. Veel hulp is gericht op problemen. Ik kijk liever naar de krachtige kenmerken en talenten. Die komen prachtig naar voren via het Wereldspel.’

Fascinerende ontdekkingen
‘Dit Wereldspel spelen ze graag. Er komen hier jongeren die er zelf om vragen, of ze het nog een keer mogen spelen.
Het is fascinerend wat je over iemand te weten komt. Daar over praten geeft vaak opluchting. Ook als er kenmerken van hoogbegaafdheid uit naar voren komen. Het hangt namelijk niet af van hoe goed je het doet (in tegenstelling tot een IQtest). En het gaat ook niet om het vaststellen van een getal, of een wel/niet hb-label. Dat geeft die ontspanning en opluchting.Juist daardoor komen we verder met het vinden van verbeteringen van de situatie/gedrag/klachten waarvoor de kinderen, jongeren en ouders zijn gekomen.’

Onverwacht verhelderend
‘Het is natuurlijk altijd goed om eerst te bespreken wat je vraag of je doel is, voor je aan een onderzoek meewerkt. Aan de andere kant: in geval van het Wereldspel, zie ik vooral de verwondering over onverwachte uitkomsten en treffende observaties.’
Een onderzoek met behulp van het Wereldspel gebeurt in twee sessies met 3-6 weken daar tussen. Het zijn twee bijeenkomsten van een uur, op kantoor bij Suzanne of eventueel in overleg op locatie. Ouders ontvangen een verslag. Via een live of online overleg worden eventuele vragen besproken.
Als je meer wilt weten of een afspraak wilt maken (telefonisch, online of live) neem dan rechtstreeks contact op met Suzanne via suzanne@suzannebuis.nl
Meer over het Wereldspel bij het Instituut Kind in Beeld:

Wat is beelddenken nu precies?
Beelddenken is een Nederlands woord voor de visueel-ruimtelijke leerstrategie die mensen meekrijgen vanaf de geboorte. Een manier van denken gebaseerd op synthese (verbanden) en inductief redeneren (van het geheel naar de delen) dat beïnvloed wordt door kijken, verbeelding en een intuïtieve grip op complexe systemen zonder besef van de opeenvolgende denkstappen. Een simultane (gelijktijdige) verwerking van informatie en creatief denken door bestaande factoren op een nieuwe manier combineren.
Beelddenken is dus GEEN STOORNIS, maar iets wat ieder mens van nature in meer of mindere mate kan en doet. Een mentaal proces dat invloed heeft op hoe iemand zijn wereld ervaart en hanteert.
Mensen zijn daarnaast in staat om nog een ander mentaal proces in te zetten: het talige volgorderlijke denken, oftewel `begripsdenken`. Een manier van denken gebaseerd op analyse en lineair deductief redeneren dat beïnvloed wordt door luisteren, taal en bewustzijn van tijd. Je leert talig denken van je omgeving, maar vooral op school. School heeft de taak om kinderen procedureel, detailgericht en analytisch te leren denken. Deze verbale capaciteiten heb je nodig voor o.a. goed luisteren, lezen, rekenen, plannen, ordenen, organiseren, op tijd komen.
Balans tussen beeld- en taaldenken is ideaal
Tijdens de basisschoolperiode ontwikkelt het brein het talige denken en verdwijnt het beelddenken naar de achtergrond. Rond het 12e levensjaar is er, als het goed is, een balans ontstaan waardoor beide manieren van denken ingezet kunnen worden naargelang de situatie. Leerlingen die onvoldoende verbale capaciteiten ontwikkelen (door b.v. dyslexie, concentratieproblemen, hoge/lage intelligentie, TOS of slecht/geen onderwijs) zetten dus automatisch het van nature meegekregen beelddenken in. Steeds meer leerlingen in Nederland verlaten de basisschool met onvoldoende verbale capaciteiten! Volgens Europees onderzoek (PISA 2018) ligt dat percentage al op 18%. Dat is 1 op de 5 leerlingen!
Niet het beelddenken is een probleem, maar het onvermogen het talige denken er voldoende naast te krijgen
Door onze snelle, visuele digitale maatschappij blijft het brein van jeugd meer en meer visueel ingesteld. Juist het onderwijs (de plek waar we onze jeugd het talige denken aanleren) krijgt te maken met steeds meer leerlingen die het talige denken onvoldoende integreren. Het gaat dus niet om het feit of je wel of niet `beelddenker` bent, maar of het talige denken er voldoende naast komt te staan. Talig denken is de sleutel tot schoolsucces!
Lees nog veel meer over beelddenken op Kindinbeeld.nl!