• 0 Items - 0.00
    • Geen producten in winkelmand.

Blog

puber grafitti

Vanmorgen in de trein komen er twee puberjongens tegenover me zitten, van die gasten waar mijn dochter van 16 mee omgaat. Zelfde kleren, kapsels, telefoons. Met de energie van pubers-in-de-ochtend. Alleen deze zijn meer dan moe-en-geen-zin.
De jongeman in het gekleurde shirt lijkt te slapen met zijn ogen open. Hij kijkt uit het raam, maar ziet volgens mij geen ganzen in het gras, zoals ik.
Mooie lichte ogen. Een open gezicht ook, waar je het kind van niet zo lang geleden nog in kan zien. Zijn hoofd knikkebolt soms naar voren, als de trein schokt. 

Naast hem kijkt zijn vriend geregeld opzij. Donker gekleed, donkere krullen over zijn voorhoofd, donkere ogen, lange wimpers. Hij checkt zijn vriend, houdt hem wakker met kleine duwtjes of opmerkingen in een taal die ik niet versta.
Er wordt iets omgeroepen.
De wimpers klappen op in mijn richting. Vragend, maar ook weer niet.
Ik vertaal dat we voor een rood sein staan, we wachten een minuutje, niets aan de hand.
Ik vraag of zijn vriend in orde is. Zijn uitdrukking geeft aan ‘niet zo’ en hij antwoordt na wat zoeken in het Engels. ‘Very tired. Very tired. We are refugees.’

Ze komen uit de Oekraïne. Hun familie is in Bonn, ‘niet goed daar’ zegt hij hoofdschuddend. Deze jonge mannen besloten op zoek te gaan naar een betere woonplek voor hun families.
De queeste had hen naar Krommenie gebracht, of all places, op zoek naar een appartement, iemand had gezegd dat daar iets leeg stond, maar ze hadden het niet kunnen vinden. Hij haalt zijn schouders op. 

Ik vraag wat hun plan nu is.
Thuis zou ik een antwoord krijgen met daarin woorden als ‘pizza halen, feestje, slapen bij X, sporten, werken, verjaardag, nog een feestje.’
De jongen kijkt uit het raam. De weilanden met ganzen hebben plaatsgemaakt voor de eerste tekenen van Amsterdam. ‘We go find appartment today in Amsterdam,’ zegt hij.
Mooi dat hij zegt dat ze een woning vinden, niet zoeken, schiet door me heen. 

Ik vraag door, maar nee, meer plan is er niet, geen instanties, papierwerk, connecties, niets.
Ineens besef ik dat ik ook geen idee heb; waar kun je op zo’n moment heen om een beginnetje te maken? De vreemdelingendienst? Of moet je dan eerst in de problemen raken?

Bij het uitstappen vraag ik of ik nog ergens mee kan helpen. Nee hoor, zegt de donkere gast.
De lichte ogen glimmen niet-begrijpend.
‘Oké. Succes.’

Ik vis een reservetientje uit mijn zak en wil het aan mijn gesprekspartner geven, voor koffie en een broodje, maar nee, dat wil hij niet. Ik wil het wel, want ik ben al reizend en verreist ook geregeld erg blij geweest met een aardig gebaar, vooral van het eetbare soort. 

Zijn dromerige maat is te beduusd om het af te slaan. Hij bekijkt het geld in zijn hand en glimlacht naar me. 

Ik hoop dat hun ouders ze snel weer goed terug zien. En dat ze maar zo ondernemend mogen blijven. 

Is het hoop of wanhoop?

Dappere gasten.

 

(c) Suzanne Buis, 21 april 2022

Heb je ook vragen over wat te doen wanneer je minderjarige vluchtelingen tegenkomt?
Hier vind je de antwoorden van Unicef.